Waarom ook achteraf geen kapvergunning bij noodkap?

Aan de gemeenteraad,

recentelijk zijn er 129 bomen gekapt in Park Transwijk omdat die tot schade leidden van het onder die bomen aanwezige drinkwaterreservoir. Dat kappen is gebeurd zonder voorafgaande vergunning omdat er sprake was van noodkap. Inmiddels is gebleken  dat de compensatie voor die 129 bomen niet alleen tekortschiet in aantal maar dat die compensatie bovendien maar gedeeltelijk in het park plaatsvindt. Er zouden maar 81 bomen in het park worden terug geplant, nota bene door 81 sprietjes die niet kunnen worden beschouwd als serieuze compensatie voor de bomen die gekapt zijn.

Redelijk zou zijn dat de gemeente alsnog een kapvergunning verleent, ook al is het achteraf. Redelijk omdat dat omwonenden en belanghebbenden (waaronder de Utrechtse Bomenstichting) de mogelijkheid geeft bezwaar te maken en beroep in te stellen tegen de povere herplant waarbij de gekapte bomen niet eens één op één worden gecompenseerd.

Dat de gemeente in het geval van noodkap ook achteraf geen kapvergunningsbesluit neemt betekent dat omwonenden en andere belanghebbenden buiten spel gezet worden waar het gaat om de vraag hoe de herplant moet plaatsvinden. Dat is naar het oordeel van de Utrechtse Bomenstichting ondemocratisch en bestuurlijk onbehoorlijk. In een gemeente als Tilburg (bijvoorbeeld) schrijft de verordening dat wél voor.

De UBS verzoekt de gemeenteraad het college hierover aan te spreken en voor te stellen de kapverordening in die zin aan te passen dat ook in het geval van noodkap een vergunningsbesluit genomen moet worden, zij het achteraf. En natuurlijk om het college te bewegen alsnog een kapvergunningsbesluit te nemen voor de gekapte 129 bomen.

Namens de UBS

Gerard van de Vecht (voorzitter)